woensdag 20 juli 2016

1: De drie honden, portretten

Ik houd veel van dieren en heb het grootste deel van mijn leven honden gehad. Een ras interesseert me niet, dus nam ik altijd een hond die een rot leven had, of ik haalde er één uit het asiel. Mijn honden verschilden sterk van karakter. Kwam dat door het ras, of kun je het (ook) astrologisch verklaren? Want hoewel ik zelf geen honden met een stamboom heb gehad, was de eerste duidelijk een Duitse herder, de tweede zonder twijfel een Friese Stabij en de derde onmiskenbaar voor het grootste deel een terriër, waarschijnlijk een ruwharige Jack Russell. Voor alledrie werd dit 'rasvermoeden' van het asiel bevestigd door de dierenarts.

In deze eerste aflevering van Honden en astrologie geef ik een korte karakteristiek van elke van de drie honden, met natuurlijk een foto.

Duitse herder en Stier

Bacchus was een Stier, geboren in Monster op 14 mei 1982. Hij stierf op 6 september 1992. Ruim 9 jaar woonde hij in Scheveningen vlak achter de boulevard, de laatste 1,5 jaar bracht hij met ons door in Warnsveld bij Zutphen.
Hij was een lieve, ongecompliceerde en opgewekte hond. Je kon hem alles leren, hij vond het prachtig. Hij was lief voor kleinere dieren, zoals konijnen, geiten e.d., en mocht daarom ook mee naar de dierenboerderij, waar ze in het algemeen liever niet hadden dat je je hond meenam.
Reuen, daar hield hij niet van, en katten haatte hij met een diepe, hartgrondige haat. Als ik hem in de auto meenam naar het bos en hij zag een kat op straat, dan ging hij tekeer als een idioot.
Op een goede dag liep ik met hem door een flattenwijk vlak achter de boulevard. Daar zagen we een poes die door haar baas aan een riempje werd uitgelaten. Bacchus stond stokstijf van verbazing, maar deze kat kon zijn goedkeuring wegdragen. Hij gaf het beest een lik, en toen we verder liepen bleef hij omkijken. Dit was orde, zo hoorde het, je zag het hem denken.
De laatste dagen van zijn leven in Warnsveld ging hij midden tussen de bloemen in de aarde liggen, iets wat hij nooit eerder had gedaan. Hij was juist altijd heel voorzichtig met bloemen.


Friese Stabij en Schorpioen

Raia was een Schorpioen, geboren in de buurt van Zutphen in de eerste week van november 1992, gestorven op 26 mei 2007. Ze heeft twee maanden in Warnsveld gewoond, 13 jaar in Lochem vlakbij het bos en 1 jaar in Zutphen aan de IJssel, waar ze thuis is gestorven. Mijn partner Bert had haar uit het asiel in Zutphen gehaald. Ze was toen zeven maanden.
Ze was een zeer gevoelige hond, die alleen naar mij luisterde. Als er ooit op haar gepast moest worden, gedoogde ze dat, maar als ze iets in haar hoofd had, was ik de enige die haar op andere gedachten kon brengen. Haar iets leren ging in overleg tussen ons.
Ik had onregelmatige werktijden, maar Raia kende ze. Als ik later thuis was dan ze had verwacht, liep ze demonstratief naar haar kussen en draaide me haar rug toe. Pas als we gingen wandelen deed ze weer normaal.
Ze was een echte jachthond en verraste me regelmatig met dode mollen, konijnen, duiven... Ik ben nogal sentimenteel, dus ik kreeg altijd tranen in mijn ogen bij dit soort acties. Toen ze een jaar of drie was, had ze door gekregen dat ik verdrietig werd van haar jachtactiviteiten. Op een keer stak er een konijn vlak voor haar poten in een sukkeldrafje het pad over, heel ongebruikelijk, vermoedelijk was het beest ziek. Ze keek ernaar met de gifgroene glans in haar ogen die ze altijd kreeg als ze prooi zag. Toen keek ze naar mij en ging er niet achteraan. 


Terriër en Ram

Tycho (genoemd naar de 16e-eeuwse astroloog/astronoom Tycho Brahé) is helaas maar 5,5 jaar geworden. Hij is geboren in Brabant in de buurt van Vught op 13 april 2006. Hij stierf thuis op 11 december 2011. Van de homeopathische dierenarts naar wie ik toe ging omdat hij epilepsie bleek te hebben, hoorde ik dat zijn  geboorteplaats een tot hondenfokkerij omgebouwd varkensbedrijf was. Hij had trekken van een ruwharige Jack Russell, maar volgens de dierenarts zat er ook een scheut Shi Tzu in hem.
Ik kreeg hem toen hij 1,5 was. Tot die tijd had hij soms wel 20 uur achter elkaar opgesloten gezeten in een bench in een donkere gang. Onbegrijpelijk, want hij was een geweldig hondje, opgewekt, charmant, maar ook dapper en ondernemend. Toen hij ruim twee jaar was, bleek hij epilepsie te hebben. Aanvankelijk kon hij met homeopathische middelen geholpen worden, maar de arts zei wel dat ze hem niet kon genezen, en dat hij op den duur aan de allopathische medicijnen zou moeten. Toen het eenmaal zo ver was, begon er een lijdensweg voor hem, die erop uitliep dat ik hem heb moeten laten inslapen. Maar hoe ziek ook, Tycho bleef een echte vrolijke kameraad, en tot het einde toe dapper. Hij was de enige van mijn honden die niet bang was voor de dierenarts, terwijl hij ook de enige was die daar kind aan huis was en er echt te lijden had.

Sindsdien heb ik geen hond meer genomen, niet zo zeer omdat ik meer vrijheid wilde hebben, maar vooral uit financiële overwegingen. De medicatie voor epilepsie van de allopaat heeft me een vermogen gekost, dat ik nu niet meer zou kunnen opbrengen. Als ik weer een zieke hond zou krijgen, zou ik niet goed voor hem kunnen zorgen en dat wil ik niet.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen